Terug naar beginpagina

De Werkgemeenschap

Geestverwanten & links

Agenda

Contact

Wat is sociale driegeleding?

In zijn boek 'De kernpunten van het sociale vraagstuk' beschrijft Rudolf Steiner welke fundamentele krachten er in het sociale leven werkzaam zijn en hoe deze gehanteerd kunnen worden. Het boek werd geschreven in 1919, onmiddellijk na de eerste wereldoorlog, in een tijd van revoluties en grote sociale onrust. Steiner, die tot dan toe voornamelijk bekend was als filosoof en grondlegger van de antroposofie, trok nu de aandacht als voorvechter van sociale vernieuwing. Met grote inzet trachtte hij in woord en geschrift bewustzijn te wekken voor de werkelijke achtergrond van de sociale problematiek.

Steiner onderscheidt drie richtingen in het sociale handelen: een economische, een politieke en een culturele. Deze moeten tot bewuste organisatie-principes worden verheven, zodat een 'driegeleding van het sociale organisme' ontstaat: een gedifferentieerde, niet hiërarchische samenleving, waaraan ieder mens naar zijn individuele mogelijkheden, behoeften en verantwoordelijkheden actief deelneemt. 

Meer over Sociale Driegeleding

(bovenstaande tekst is ontleend 

Basisartikelen (op www.driegonaal.nl)

aan de cover van de Nederlandse

Geschiedenis (op www.driegonaal.nl)

 vertaling door Mouringh Boeke, 

Literatuur (op www.driegonaal.nl)

 uitgegeven bij Vrij Geestesleven)

Geschiedenis in Nederland

 
 

Meer over Sociale driegeleding


Het is nauwelijks bekend dat Rudolf Steiner zich ook met maatschappelijke vraagstukken heeft beziggehouden. Dat deed hij voornamelijk in de laatste fase van de eerste wereldoorlog en de daaropvolgende jaren. In die periode formuleerde hij zijn gedachten over de driegeleding van het sociale organisme: de sociale driegeleding. In het maatschappelijk leven van de mens onderscheidde hij drie gebieden. 

In elk van die gebieden komt een menselijke behoefte tot zijn recht:

  • in het geestesleven de behoefte aan ontwikkeling en uitoefening van menselijke vaardigheden en inzicht. Het is het gebied van onderwijs, cultuur, religie en wetenschap;

  • in het rechtsleven de behoefte het samenleven met alle andere mensen rechtvaardig te ordenen en te regelen. Het is het gebied van de staat en het democratisch vormgegeven recht;

  • in het economisch leven de behoefte aan vervulling van datgene wat een mens nodig heeft om te kunnen leven: voeding, kleding, huisvesting etcetera.

Een gezond sociaal organisme, zo betoogde Steiner, wordt zodanig ingericht dat aan elk van deze drie behoeften, die feitelijk alles wat er in een mens leeft omvatten, recht gedaan kan worden. Dat wil zeggen dat elk van deze drie gebieden zich naar zijn eigen aard kan ontvouwen. Elk van deze gebieden moet, voor wat betreft de vervulling van de behoefte die er centraal staat, zijn eigen autonomie bezitten. Omdat ieder mens in elk van deze drie gebieden staat, is deze geleding in drie gebieden geen kunstmatige deling van iets dat een eenheid zou moeten zijn maar een levensgetrouwe ordening van functies die juist, elk op eigen benen gezet, beter tot hun recht komen dan wanneer zij in elkaar overvloeien - zoals tot dusver het geval is. 

Althans, … wanneer en voorzover de mens streeft naar een sociaal gezonde samenleving. Want in een driegeleed sociaal organisme kan vrijheid heersen in het gebied van de ontwikkeling en uitoefening van menselijke vaardigheden; kan gelijkheid heersen in het gebied waarin de verhouding van de mens tot zijn medemensen wordt vormgegeven en kan broederschap heersen in het gebied waar de menselijke behoefte aan aardse goederen vervuld wordt. Is hiermee niet een situatie omschreven die ieder mens in zichzelf als ideaalbeeld zou kunnen herkennen?

In de moderne samenleving is het nog niet tot een sociale driegeleding gekomen: dat wat onderscheiden zou moeten worden, loopt nog diffuus in elkaar over en is met elkaar verstrengeld. Vooral het economisch leven heeft de sterke tendens zich overal te manifesteren en al het andere aan zich te onderwerpen. Dat leidt tot onvrijheid in het gebied van het geestesleven, ongelijkheid in het gebied van het rechtsleven en tot een economische praktijk waarin van broederschap geen sprake is.

(dit is een fragment uit het voorwoord van: Op weg naar een gezonde economie met teksten van Rudolf Steiner e.a.) bron: Nearchus, Assen

[terug]

 

 

Op de vrije encyclopedie WIKIPEDIA (http://nl.wikipedia.org/wiki/Rudolf_Steiner) heeft iemand het volgende over Sociale Driegeleding op internet gezet. Het is mogelijk -in vrijheid- de tekst aan te vullen of te bewerken.

Rudolf Steiner legde de basis voor een sociaal systeem dat hij Sociale Driegeleding noemde en dat de drie delen beschrijft waaruit de samenleving bestaat: het culturele- of geestesleven, het rechtsleven (politiek) en de economie. Deze drie gebieden zouden volgens Rudolf Steiner totaal onafhankelijk van elkaar moeten bestaan in de menselijke samenleving, elk zonder inmenging van de twee anderen.

Een vroege min of meer onbewuste poging om deze sociale driegeleding tot stand te brengen kan worden gezien in het Franse "Liberté, Egalité, Fraternité" (vrijheid, gelijkheid, broederschap). Tijdens de Franse revolutie kwamen de drie idealen in het bewustzijn van de mensen, die pas echt begrepen kunnen worden wanneer ze elk worden nagestreefd in een eigen werksfeer. Vrijheid in het culturele- of geestesleven, gelijkheid in het rechtsleven en broederschap in de economie. We kunnen vrij denken en vrij onze capaciteiten ontwikkelen. Deze activiteiten maken deel uit van het culturele leven. Wanneer we onze denkbeelden toepassen in de wereld, ontmoeten we andere mensen. Dan blijkt dat we de meeste zingeving en waardering van ons werk ervaren wanneer we broederschap betrachten. Voor het onderlinge overleg tussen mensen en het maken van wetten en afspraken, moeten we elkaar als gelijke benaderen. Dan pas komen in de rechtssfeer de begrippen eerlijkheid en rechtvaardigheid in de maatschappij tot gelding.

De sociale driegeleding kan een afspiegeling krijgen in het geldwezen, waardoor ook het geld in de maatschappij gezonder kan werken. We spreken dan van koopgeld, wanneer het geld zijn functie krijgt in het economische levensgebied. Het koopgeld drukt de waarde uit van een tegenprestatie, gedurende een transactie. Dergelijke transacties worden in verlies- en winstrekeningen beschreven. Het leengeld drukt de waarde uit van een (leen)relatie die wordt aangegaan. Zo'n leenrelatie werkt in de tijd tussen mensen en wordt vormgegeven in de rechtssfeer. Hoofdsom, rente en aflossing bepalen de relaties, die op balansen worden beschreven. Het schenkgeld tenslotte maakt het culturele- of geestesleven mogelijk. Omdat mensen niet hoeven te werken voor hun inkomen kunnen zij zich in vrijheid ontwikkelen. De post "eigen vermogen" op balansen geeft aanwijzingen over de beschikbaarheid van schenkgeld. Mensen bepalen welke functie het geld krijgt. Wanneer geld in transactie wordt gebracht bepalen degene die het betaalt en degene die het ontvangt samen welke functie het geld krijgt. In de boekhouding worden de gevolgen beschreven en in organogrammen is na te zien of de betrokken mensen tot handelen bevoegd zijn. (tot zover WIKIPEDIA)

[terug]

 

Geschiedenis van de Sociale Driegeleding in Nederland


In 1993 schreef Karel Post Uiterweer een lijvige studie, waarin hij de geschiedenis van de Antroposofische Vereniging in Nederland in kaart heeft gebracht. Van deze studie zijn slechts 2 gestencilde exemplaren beschikbaar, waaronder één die geleend kan worden bij de Antroposofische Bibliotheek in Den Haag.

(...) Al was Nederland dan niet direct betrokken bij de Eerste Wereldoorlog, de oorlogsellende en de na-oorlogse chaos in Duitsland hadden wel degelijk hun weerslag op de politiek en de economie van ons land. Reeds tijdens de oorlog begon er een intensief politiek debat over de koers, die ons land na de oorlog zou moeten varen. Waren er ingrijpende veranderingen nodig en zou de staat hierbij het voortouw moeten nemen?
Tegen deze achtergrond hoorde men hier over Steiner's nieuwe ideeën, aangaande de toekomst van Midden-Europa. Al tijdens de oorlog had hij zijn maatschappelijke inzichten, bekend geworden als de idee van de sociale driegeleding, voorgelegd aan enkele politieke leiders en in 1919 richtte hij zich tot het grote publiek met een oproep om te komen tot een waarachtige vernieuwing van het sociale leven teneinde de chaos te overwinnen.
Door toedoen van de Nederlanders in Dornach werd de tekst van zijn oproep ook in Nederland bekend. In april werd deze hier vertaald en gepubliceerd; de ondertekenaars van de oproep waren prof. H.S. Hallo, de eerste voorzitter van de Haagse Anthroposofische Vereniging, prof. C. Feldmann, hoogleraar te Delft, Jacoba van Heemskerck, de heer S.A. Spaarwater, Marie Tak van Poortvliet, Dr. Elisabeth Vreede en de componist Henri Zagwijn. De oproep werd verder ondersteund door ruim tachtig mensen van wie één derde tot de anthroposofische vereniging behoorde. Er waren opvallend veel mensen uit Rotterdam bij, waaronder een aantal industriëlen en kunstenaars. Via een aangehecht invulformulier kon men aangeven, dat de maatschappelijke inzichten van Steiner onderschreven werden.

Drie maanden later verscheen de Nederlands vertaling van Steiner's 'Die Kernpunkte der sozialen Frage', de vertaalster was mevrouw Tak van Poortvliet. In die periode werden er ook voordrachten gehouden over de bedoelingen van de 'driegeledingsgedachte'.
In november 1919 volgde de oprichting van de 'Bond voor drieledige Indeeling van het Sociale Organisme' met afdelingen in Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Later zouden er ook in andere plaatsen nog afdelingen gevormd worden.
De bond gaf een mededelingenblad uit met de titel "Drieledige Indeeling van het Sociale Organisme" en daarin stond te lezen, dat de bond er naar streefde "om inzicht te geven in de noodzakelijkheid om de drie deelen van het sociale organisme: geestesleven, rechtsleven en economisch leven ieder op hun eigen grondslag te plaatsen." De redactie van het blad berustte bij mevrouw Tak van Poortvliet en bij de heer N.Frankena. Dr. Elisabeth Vreede en de schrijfster en classica Adelyde Content schreven naast de twee redacteuren regelmatig in het blad. De bond bleef lezingen organiseren en nodigde ook sprekers uit Duitsland uit om hier voordrachten te komen houden over de driegeleding.
In 1921 veranderde de redactie van het mededelingenblad van de bond; de uitgever ervan, de heer P.J. de Haan, nam ook zitting in de redactie. Het doel van het blad was geleidelijk aan veranderd: de redactie stelde, dat zij het ideeëngoed der Anthroposofische Beweging en in het bijzonder de gedachten over de Drieledigheid van het Sociale Organisme wilde verspreiden. De artikelen bestreken een veel breder terrein, met name het onderwijs op anthroposofische grondslag kreeg veel aandacht. Ook artikelen en voordrachten van Steiner werden in het blad afgedrukt.
In die jaren na de oorlog waren er regelmatig Nederlanders op bezoek in Dornach teneinde hier de voordrachten van Steiner te kunnen horen. Eén van hen was de jonge arts W. Zeylmans van Emmichoven, in 1920 lid geworden van de Anthroposofische Vereniging. Er gingen ook mensen naar Dornach om daar een opleiding te volgen, met name in de euritmie. Het ging hier vooral om een groep van jongere mensen, die de weg naar de anthroposofie in of vlak na de oorlog hadden gevonden.

In 1920 had men in ons land voldoende geld bijeen weten te brengen om Dr. Steiner uit te nodigen voor een bezoek. Van 19 februari tot 3 maart 1921 was hij de gast van de Nederlandse anthroposofen. Het was zijn eerste buitenlandse bezoek na de wereldoorlog.
Alle voordrachten die hij dit keer gaf waren openbaar, op één na. In elf dagen waren er twintig voordrachten resp. in Delft, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Hengelo, Hilversum en Utrecht, over pedagogische, sociale en economische vraagstukken tegen de achtergrond van de idee der driegeleding.

(wordt vervolgd)

[terug]